Achter de deuren van de dood (deel 12: uitvaartspeelgoed)

Er hangt een zweem van mysterie en onbekendheid rondom het werken in de uitvaartbranche. Alles rondom de dood is sowieso voor veel mensen een lastig onderwerp, laat staan als je er je beroep van hebt gemaakt. Wat beweegt iemand om het laatste afscheid van een persoon als werkterrein te hebben? Wat houdt het vak in? Is het een roeping, een bewuste keuze? Wat betekent het voor je persoonlijke leven als je in de uitvaartbranche werkt? In deze serie spreekt Cick Geers met mensen die hun werk uitvoeren rondom de dood. 


Tijdens zijn HBO-studie wist Richard Hattink (1982) het eigenlijk al: de uitvaartbranche zou zijn werkterrein worden. Als studentdrager maakte hij zijn eerste stappen in deze wereld. Toen na zijn afstuderen bleek dat er niet direct een baan voorhanden was als onderwijzer, was de stap naar het uitvaartcentrum snel gemaakt: Richard trad in dienst als algemeen assistent. ‘Dit bevestigde mijn gevoel; ik wist dat dit mijn richting was. Ik zocht naar een manier om het te kunnen combineren met mijn andere passie: pedagogiek, waarvoor ik in 2011 een master-opleiding afrondde’, vertelt Richard wanneer ik hem spreek op een zonnige vrijdagmiddag in oktober.

Toch duurde het nog even voordat hij aan die combinatie uiteindelijk vorm kon geven. Richard vond een baan in het basisonderwijs en werd daar in 1 jaar geconfronteerd met het overlijden van twee leerlingen, een ouder van een van zijn leerlingen en een stagiaire. ‘Ik merkte dat het lastig was voor kinderen om hiermee geconfronteerd te worden en vroeg me af  op welke manier je kinderen kunt helpen om te gaan met rouw, verdriet en verlies. Toen ontstond bij mij het idee van het uitvaartspeelgoed’.

Het principe van Uitvaartspeelgoed gaat uit van het kinderen spelenderwijs meenemen in het verwerken van een verdrietige situatie. Het kind creëert met bouwsteentjes en speelgoedfiguurtjes bijvoorbeeld een uitvaartsituatie. Het uitvaartspeelgoed bestaat uit bouwsteentjes om bijvoorbeeld een aula, uitvaartcentrum of begraafplaats te bouwen, een rouwauto, rouwkoets en huilende poppetjes. Het uitvaartspeelgoed sluit aan op soortgelijke reeds bestaande bouwsteentjes en vermengt dus met het eigen speelgoed. ‘Kenmerkend voor kinderen is dat zij door te spelen ervaringen verwerken. Ze spelen gebeurtenissen na en stellen tijdens het spel de vragen die in hen opkomen. Het bouwen met de steentjes en het spelen met de poppetjes geeft ze veiligheid. Volwassenen storten zich vaak op hun werk wanneer ze rouwen; dat geeft houvast. Kinderen in rouw doen ook iets waar zij zich aan vast kunnen houden: ze spelen’, verduidelijkt Richard.  Richard geeft uitvaartondernemers die iets willen gaan doen met het uitvaartspeelgoed een training om op een goede manier het speelgoed te introduceren bij de kinderen. Verder wordt het rouwspeelgoed professioneel gebruikt door kinderpsychologen en pedagogen’.

Op mijn vraag hoe de reacties op zijn uitvinding zijn, aarzelt Richard even. ‘Dat is tweeledig. Het taboe rond de dood is er nog echt. Sommige mensen vinden mijn speelgoed gek of luguber. Maar wanneer ik ze uitleg wat spelen voor kinderen betekent en welke rol het speelgoed kan hebben in de rouwverwerking, veranderen ze vaak van mening. Daarnaast krijg ik ook veel positieve reacties. Ik ben dan ook blij dat het uitvaartspeelgoed aanslaat. Ik heb zelf nooit contact met de eindgebruikertjes van mijn product, maar ik hoor wel vaak terug dat het echt geholpen heeft. Dat geeft me voldoening’.

Alhoewel Richard zich realiseert dat zijn speelgoed terecht komt bij kinderen die net een verlies hebben geleden, raakt het hem zelf niet. ‘Ik raak er juist door gemotiveerd om meer en meer te ontwerpen wat kinderen in verdrietige situaties kan helpen. Het is mijn overtuiging dat kinderen een eigen manier van rouwen mogen en kunnen hebben. Mijn speelgoed kan hierbij helpen. Dat is dan toch alleen maar mooi?’