Gedachten rondom sterven

Trees de Brouwer: ze zou zichzelf bijna ervaringsdeskundige noemen, het verlies van 2 zussen, een broer en haar ouders, voelt als een amputatie. Trees overwon borstkanker en veranderde haar denken over rouw, verlies en afscheid om een betere versie van haarzelf te worden. Ze werkt als spreker tijdens afscheids- en uitvaartdiensten. In haar blogs neemt Trees ons mee in haar gedachtewereld (trees@betweenbusiness.nl). 


Tja, ik wist het wel, er komt een moment in mijn leven dat ik het gewoon moet verdragen. De pijn de tijd geven, vallen en weer opstaan. Maar toch, als een donderslag bij heldere hemel trof de bliksem mijn hart, een groot gat waarna mijn ziel werd geraakt. Alle energie vloeide weg en ik vervolgde mijn leven op wilskracht, mijn mind nam het over. Daar begon een mooi iets. Laat mij je meenemen in mijn verhaal waar mijn hart verliefd werd op mijn hoofd.

Er is geen bevestiging voor nodig, ik voel het, je verlaat je lichaam. Als een zachte voorjaarswind streel je mijn hart en de tijd staat even stil. Jouw woorden geven geen geluid, jouw mond zie ik niet bewegen, jouw laatste levensenergie verwarmt mijn ziel. Omgeven door zachtheid verlaat je je lichaam, warm en liefdevol. De goudgele zonnestralen omarmen je helemaal en een zuchtje wind voert je zachtjes mee. Mijn lippen vormen samen tot een kus, ik blaas ze met liefde naar je toe, neem ze mee voor onderweg, neem ze mee voor altijd….

De stilte in mij wordt verbroken, ik open mijn ogen en daar lig jij. Jouw lichaam, de pijn is eruit; het vormt zich naar ontspanning. Zo ken ik je weer, een lichaam zonder zorgen.  Ik kijk in je ogen, ze zijn leeg en zo koud, een angstscheut schrikt mij op, ik zie niets, ik zie jou niet. Mijn handen strelen liefdevol je gezicht  en ik fluister je  toe “het is goed, je gaat een mooie reis gaat maken. We gaan elkaar weer zien”. Je zegt niets, je bent er niet meer. Het is een eenzijdig gesprek, geen enkele reactie, geen energie, helemaal niets. Je handen zijn zacht, ze voelen zo zwaar. Ik leg ze neer en mijn ogen dwalen over je lichaam, geen enkele beweging meer. Bam! De bliksem raakt mijn hart, het kleurt zwart. Alles in mij wil schreeuwt “ga weg, raak mij niet, help me. Er komt geen geluid uit mijn mond, zo hard als ik kan ren ik weg, mijn adem wordt zwaarder, ik krijg geen lucht, maar ik beweeg niet en sta aan de grond genageld. Daar is de redder, de mind. Vliegensvlug grijpt het in, “het is beter zo, dit was geen leven, wees blij dat het voorbij is”. Het bliksemt nog steeds, mijn bloed stroomt niet meer, het klettert als het waterval naar beneden. Daar komt de stem: “wees sterk, kijk om je heen, help de ander, jij kunt het”. Ontreddering om mij heen, het lijkt zoveel erger, de pijn, het verdriet van anderen om verlies. Het is de tweede donderslag, een tweede gat in mijn hart; het verdragen van verdriet. Een overstroming van pijn en verdriet, mijn hart is gebroken. Het stroomt over, het moet stoppen. Mijn stem is naar binnen gekeerd en een oerkracht schreeuwt in mij:  “STOP”. Het helpt, mijn hart wordt bij elkaar gehouden door gedachten. Het maakt niet uit, het vormt weer een hart.  Mijn ziel protesteert, laat mij vrij. Maar ik sluit de deur, de waarheid blijft verborgen.

Mijn gedachten bedenken allerlei leugens, ik geloof ze, ze voelen veilig allemaal schijnveiligheid. Toch zal de leugen niet winnen, de waarheid is sterker het hart en de ziel moeten de pijn verdragen, daar is tijd en kracht voor nodig. Tijd is het toverwoord.

Mocht jij een ‘mij’ tegenkomen, sterk, krachtig en je vraagt je af: hoe doet ‘mij’ dat. Hou ‘mij’  dan vast, net zo lang totdat ‘mij’ breekt. Breek ‘mijn’ deur open die mijn ziel weer laat zien, gebruik je kracht en bevrijd “mij”. Geef ‘mij’ de tijd.