Achter de deuren van de dood (deel 20: het hospice)

Er hangt een zweem van mysterie en onbekendheid rondom het werken in de uitvaartbranche. Alles rondom de dood is sowieso voor veel mensen een lastig onderwerp, laat staan als je er je beroep van hebt gemaakt. Wat beweegt iemand om het laatste afscheid van een persoon als werkterrein te hebben? Wat houdt het vak in? Is het een roeping, een bewuste keuze? Wat betekent het voor je persoonlijke leven als je in een branche werkt waar de dood een (prominente) rol speelt? In deze serie spreekt Cick Geers met mensen die hun werk uitvoeren rondom de dood.


 ‘Je staat hier dichter bij de dood dan waar dan ook, maar toch draait alles in het hospice om het leven’. Aan het woord is Kristel Gorselink, één van de twee coördinatoren van het Willem de Boer-huis, een hospice in de Drentse gemeente Hoogeveen.

Kristel werkt na haar opleiding als sociaal pedagogisch hulpverlener/maatschappelijk werker als coördinator bij een grote thuiszorgorganisatie, wanneer haar partner haar attent maakt op de vacature bij het hospice. ‘Ik kende het hospice, maar had niet echt een gevoel bij wat daar werkelijk gebeurde. Het fascineerde me wel. Ik had weliswaar weinig ervaring met rouw na overlijden, maar wel zoveel meegemaakt dat ik wist wat afscheid nemen was. Ik verdiepte me in het hospice en besloot te solliciteren. Ik werk hier nu sinds 2011 en heb er nog geen dag spijt van gehad’, lacht Kristel. Het hospice biedt een warm en gastvrij huis waar mensen in alle rust en geborgenheid hun laatste levensdagen kunnen doorbrengen. Iedereen is welkom, ongeacht leeftijd, maatschappelijke achtergrond of levensbeschouwing. Opname in het hospice kan doorgaans plaatsvinden wanneer iemand een levensverwachting heeft van minder dan 3 maanden.

Kristels takenpakket bestaat o.a. uit het begeleiden en opleiden van de vele vrijwilligers die het hospice draaiende houden. Haar gezicht begint te stralen wanneer ze over hen vertelt. ‘Zij zijn zo belangrijk voor het hospice, voor de gasten (in het hospice spreekt men van gasten i.p.v. patiënten, red.). en hun familie. Ik vind het erg belangrijk dat onze vrijwilligers op hun plek zijn en hun werk goed en in alle rust kunnen doen, daar bestaat een groot deel van mijn werk uit. Daarnaast voer ik intake-gesprekken met nieuwe gasten, voortgangsgesprekken met artsen en verpleging én verzet ik ook een hele hoop regelwerk, voegt ze er lachend aan toe.

Alhoewel het werk van de coördinator dus niet per definitie aan het bed van de gast plaatsvindt, ervaart Kristel haar werk wel als heel mensgericht. ‘Ik probeer echt tijd te maken om ook contact met onze gasten te hebben. Zij worden weliswaar heel goed verzorgd door de verpleging en onze fantastische vrijwilligers; ik vind het ook belangrijk om bij hen en hun familie betrokken te zijn... Afscheid nemen van het leven is een bijzonder proces…’ Kristel sluit haar ogen en valt even stil. Aan alles merk ik dat het hospice en haar bewoners haar raken.

 

Dan gaat ze verder. ‘Er gebeuren hier mooie dingen. Je vraagt je misschien af hoe ik dat kan zeggen in de wetenschap dat de dood doorgaans iets verdrietigs is, maar in de weg die stervenden afleggen naar het laatste moment ontstaan vaak mooie gesprekken. De dood staat niet centraal; juist het leven dat je achterlaat is belangrijk.  Families komen soms weer tot elkaar, eenzame mensen fleuren op door de aandacht van onze vrijwilligers, hier wordt uitgesproken wat jaren is verzwegen.  Ik ben er trots op dat wij met de vrijwilligers en het team verpleegkundigen ervoor kunnen zorgen dat onze gast en zijn/haar naasten, op hun eigen manier, afscheid kunnen nemen van het leven. We creëren rust en ruimte; de medewerkers zijn er wanneer het nodig is. Voor de dagelijkse verzorging, een gesprekje, een wandeling, een kop koffie of gewoon even samen tv-kijken. Er zijn, noemen we dat’.  

Wanneer ik Kristel vraag of ze haar werk ook mee naar huis neemt, aarzelt ze geen moment. ‘Ik heb een jong gezin, thuis wordt mijn aandacht meteen weer opgeëist door de kinderen, mijn man en onze eigen gezinsdingetjes. Dat wil overigens niet zeggen dat ik hier de deur sluit en onze gasten en vrijwilligers vergeten ben. Ik word geraakt door hun verhalen, heb leren relativeren door alles wat ik hier heb gezien en meegemaakt. Ik kan echt genieten van kleine dingen en heb het gevoel dat ik door mijn werk de waarde van het leven meer dan ooit heb leren kennen. Ik heb mooi werk en ben dankbaar dat ik dit kan doen, hoe intensief en zwaar het soms ook is. Het heeft me een ander mens gemaakt’. Kristel kijkt me aan en glimlacht: ‘Dat geeft denk ik wel aan wat dit werk met me doet…’