(Deel 53) Een laatste boodschap

In een serie blogs vertelt Johan Massier over de strijd van zijn zoon tegen leukemie. In het dagelijks leven is Johan coach (www.massiercoaching.nl). Hij richt zich hierbij op drie hoofdthema's: leven, loopbaan en leiderschap.

Binnenkort verschijnen de eerder gepubliceerde blogs gebundeld in het boek 'Levenskunstenaar'. Meer informatie en voorintekenen kan via deze link.


Heel zorgvuldig maakt Peter de selectie van vrienden en familieleden van wie hij zelf persoonlijk afscheid wil nemen. Hij voert hier strak regie op en wil geen uitzonderingen maken voor mensen die hij het laatste jaar, zoals hij dat zegt, 'heeft zien verdwijnen' uit zijn leven. “Ik wil er zijn voor wie er voor mij is geweest.”

Het is in de afgelopen jaren een bekend patroon geworden. Peter bepaalt met zijn ijzeren logica wat hij wel en niet (meer) wil. Hij accepteert vervolgens de gevolgen van de genomen beslissing als een gegeven. Het betekent dat ik een enkele keer aan een vriend uit het verleden 'nee' moet verkopen. Leuk is anders, maar het is wat het is.

Inmiddels hebben wij een ziekenhuisbed in de kamer voor de glazen pui gezet. Peter was er  aanvankelijk niet voor, maar nu het er staat maakt hij er dankbaar gebruik van. Hij kan door het hoog-laag bed op ooghoogte met ons communiceren. Het afscheid nemen van de naaste familie en zijn beste vrienden, wil hij graag in de beslotenheid van onze slaapkamer doen. Het verschaft hem de gewenste privacy en het biedt hem de mogelijkheid om tussen de gesprekken door even rust te nemen.

Het worden inspannende dagen met indrukwekkende gesprekken. Ooms en tantes gaan naar boven om even later geëmotioneerd naar beneden te komen. Met lood in haar schoenen gaat ook mijn schoonmoeder, die nooit een oma-oma voor haar kleinkinderen was, maar in alles liefde en zorg uitstraalt, naar Peter toe. Zelden laat zij zien wat er in haar omgaat, praten over haar emoties doet zij niet. Wanneer het moeilijk wordt, zij het ergens moeilijk mee heeft, begint ze quasi onverschillig zo maar ergens over te babbelen. Nu laat zelfs dit afweermechanisme haar in steek. Stil en met tranen in de ogen gaat zij zitten op de bank. “Laat mij maar even.” Een van mijn schoonzussen ontfermt zich over haar. Ik denk: Wat moet het moeilijk zijn voor deze vrouw op leeftijd, die ook haar man al aan de gevolgen van leukemie verloor...

Zo mogelijk nog intenser is het afscheid van zijn beste vrienden. Eén voor één voegen ze zich bij Peter aan of op het bed in onze slaapkamer. Er wordt gehuild. Het verdriet om elkaar los te moeten laten is groot. Peter heeft voor elk van hen een boodschap. Bottom line is steeds: “Zorg ervoor dat de kanker die mij te grazen neemt, jou er niet onder krijgt. Laat mijn dood je leven niet vergallen.”

Als ouders zijn wij diep onder de indruk hoe de vriendschap tussen deze jonge mensen zich ontwikkeld heeft, ook en juist door wat zij samen meemaakten rond het ziekbed van onze zoon. Wat deze jongelui met elkaar gedeeld hebben en nu samen moeten doormaken, zal hen vormen voor de rest van hun leven.

“Hoe ging het vanmiddag?” vraag ik 's avonds wanneer ik bij Peter zit. “Het was best heel heftig allemaal. Ik had het misschien ook wel een beetje onderschat. Je maakt je er van tevoren een voorstelling van, van wat je zeggen wilt en zo, maar ja...”

We zijn even stil. Ik herinner me de woorden die een goede vriend me mailde. Ik zeg: “Wat valt er momenten als deze ook te zeggen? De woorden groeien je al snel in de mond. Dan blijft het bij een soort stotteren. Maar zolang het uit je hart komt, raakt het aan het hart van de ander.”

Peter herkent dit. “Soms heb je ook geen woorden nodig. Dan zegt een blik al genoeg. En zegt een omhelzing alles zonder woorden.”